Een tweede woonst in Spanje of Italië: de definitieve vergelijkende studie

Share on facebook
Share on twitter
Share on linkedin

Op het eerste zicht hebben Spanje en Italië behoorlijk wat gemeenschappelijk. Het zijn beide landen met een rijke geschiedenis, landen waar romantiek, cultuur en culinair genot hoogtij vieren. Maar verwijder de oppervlakkige krablaag en de verschillen komen bloot te liggen. Dat is des te meer zo eens u een tweede woonst in Spanje of Italië wilt kopen.

 

Wij willen hier geen oorlog ontketenen tussen Italofielen en fans van España. De ene zweert bij espresso uit een mokkapotje, de andere kan geen dag zonder tapas. De ene communiceert graag met z’n handen, terwijl de andere rond de noen begint te dagdromen van z’n siësta. Dat is oké. Ieder z’n ding, zo redeneren wij.

En toch. Er zijn ook Belgen die beide landen kunnen pruimen – en die met de beste wil van de wereld niet kunnen kiezen waar ze precies hun tweede kamp moeten optrekken. Speciaal voor die eeuwige twijfelaars leggen wij in dit blogartikel Spanje en Italië naast elkaar.

Italië Versus Spanje

Cultuur

Zelfs wie wild is van Gaudi en Picasso zal het schoorvoetend moeten toegeven: op het vlak van cultuur kent Italië z’n gelijke niet. Firenze, Venetië, Rome en een hele resem andere historische pareltjes: de geschiedenis ligt er op te rapen op elke straatkassei en schuilt voorbij elke gewelfboog.

Firenze

Firenze: droom voor cultuurliefhebbers.

En oké, Spaanse steden hebben doorgaans stijl, zijn warm en mooi en laten genoeg ruimte voor voetgangers. Barcelona en Sevilla doen verre van pijn aan de ogen. Maar tippen aan de Italiaanse magische droomwerelden – met z’n piazza’s, fonteinen en kunst – nee, dat kunnen ze niet.

Tussenstand: Spanje-Italië 0-1

Klimaat

Het zuiden van Italië is lekker warm, maar in het noorden zijn de winters koud. Niet dat het in Spanje nooit koud is. Maar zelfs de inwoners van Galicië, Asturië, Cantabrië en het Baskenland moeten niet zo vaak hun winterjas bovenhalen als die van Piëmont en Lombardije.

En ze zien al helemaal niet zoveel mist als de Italianen. Die hangt tijdens de herfst overal in de Laars, rond de meren in het noorden, boven de kanalen van Venetië, tussen de Toscaanse heuvels en nabij de kusten.

Mist In Venetië

Mist boven de kanalen van Venetië: een veelvoorkomend zicht tijdens de Italiaanse herfst.

Het zuiden van Spanje is broeieriger in de zomer en milder in de winter. Aan de Costa Blanca en de Costa del Sol ontbijt u zelfs tijdens de koudste maanden regelmatig buiten. Geen wonder dat mensen die het kunnen weten dit het beste klimaat van Europa noemen. Volgens de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) is het ook het gezondste.

Tussenstand: Spanje-Italië 1-1

Culinair

De Spaanse wijn moet niet onderdoen voor de Italiaanse. Belgen zullen zich er ook verheugen omwille van de biercultuur: Spanjaarden drinken bier als ware het water. De bars zijn er doorgaans gezelliger dan in Italië. Het kan persoonlijke smaak zijn, maar wij zitten liever in een knusse bodega dan dat we onze espresso aan de toog moeten opslurpen in een Italiaans koffiehuisje.

Italiaanse Pasta

Het beste van Italië op een bordje.

En dan hebben we het nog niet gehad over de Spaanse lekkernijen. Serranoham, sangria, paella, tapas en tortilla: wie krijgt er ooit genoeg van? En toch, ondanks als die troeven moet Spanje hier het onderspit delven. Want geef toe, de Italiaanse keuken behoeft zelfs geen introductie. Italië wint, maar wel pas in de blessuretijd.

Tussenstand: Spanje-Italië 1-2

Stranden

Spanje bezit meer blauwe vlaggen dan eender welk land in Europa. Een blauwe vlag is een keurmerk voor propere en veilige stranden. Bijna 600 heeft Spanje er. Niet moeilijk met 8000 kilometer kust om uit te kiezen. De mediterrane Costa’s in het zuiden, de parelachtige eilanden en de dramatische klippen in het noorden – er is voor elk wat wils.

Spanje Blauwe Vlag

Spanje heeft meer blauwe vlaggen dan eender welk ander land.

Ook Italië heeft mooie stranden, daar niet van. Zo’n 342 ervan zijn beloond met een blauwe vlag. Helaas voor strandjutters: heel wat van die stranden zijn betalend. U leest het goed: u moet er niet enkel betalen voor een stoel of een strandparasol, maar ook al om gewoon op het strand te mogen. Veel van de mooiste stranden zijn namelijk privaat terrein. Zonde!

Tussenstand: Spanje-Italië 2-2

Levenskost

Zowel Spanje als Italië zijn gemiddeld goedkoper dan België. Uiteraard hangt dat wel wat af van de regio en de manier waarop u leeft: wie enkel in toeristische restaurants eet, zal in beide landen duurder af zijn dan de avonturier die ook de plaatselijke eettentjes en kantines frequenteert. Al snel ontdekt u bovendien dat de kwaliteit van het eten in die laatste vaak hoger ligt.

De zuidelijke Costa’s en de Italiaanse kustgebieden zijn over het algemeen duurder dan het binnenland van beide landen. Logisch, omwille van de hogere vraag aldaar. Dat heeft evenwel ook voordelen. U kan met name uw woonst gemakkelijker verhuren en zo meer opbrengsten vangen.

Wanneer we Spanje en Italië onderling vergelijken, komt Spanje met gemak als winnaar uit de strijd. Vooral restaurantbezoek en boodschappen zijn er een pak goedkoper. Elektriciteit en gas zijn eveneens duurder in Italië. Ook hier geldt weer dat een en ander wel afhangt van uw regio van voorkeur.

Prijzen Spanje Versus Italië

Tussenstand: Spanje-Italië 3-2

Transport

Het treinnetwerk in Italië is magnifiek, maar daar houdt het op. De rest van het vervoer is, zoals het cliché het wil, vaak onbetrouwbaar. Vooral op bussen en metro’s zet u maar beter uw klok niet gelijk. In Spanje is het openbaar vervoer prima en goedkoop. Denk maar aan de kusttram aan de Costa Blanca. Voor weinig geld koopt u ook bustickets voor verbindingen tussen de grote steden.

Het verkeer is een pak minder hectisch in Spanje dan in Italië. Italianen zijn zenuwachtige, cholerische, soms zelfs ronduit driftige lieden, waardoor het soms een ware zelfmoordmissie is om u op eigen houtje in het verkeer te wagen. Spanjaarden zijn veel relaxter en minder opgefokt. Dat merkt u als u zelf met de wagen op de baan moet.

Verkeer In Milaan 1943

Het hectische verkeer in Milaan in 1943. Tegenwoordig zijn er meer Vespa’s.

Beide landen hebben regelmatige, goedkope vluchten van en naar België.

Tussenstand: Spanje-Italië 4-2

Een tweede woonst in Spanje of Italië

Aankoopproces

In Italië behartigt een makelaar de belangen van beide partijen, zowel koper als verkoper. Daarom is het nuttig om daarnaast ook een advocaat te hebben die de zaakjes voor jou in de gaten houdt. De makelaar rekent 3 tot 8 procent aan, te verdelen over koper en verkoper.

Daarna legt een notaris de afspraken vast. De koper betaalt de notaris, meestal 2 à 3 procent van de prijs in de akte. De koper stort eveneens een voorschot, vaak 10 à 20 procent van de aankoopprijs. Dat bedrag bent u kwijt als u zich alsnog terugtrekt. Trekt de koper zich terug, dan moet hij het voorschot dubbel terugbetalen.

In Spanje is een makelaar niet verplicht, maar wel verdomd handig. Een beetje makelaar kan namelijk de lokale markt goed inschatten. Doorgaans rekent de makelaar 3 procent aan, al kan dat ook 5 of 10 zijn. In ieder geval moet u zich daar als koper weinig van aan trekken: in tegenstelling tot in Italië dient de verkoper de gage van de makelaar te betalen. Hier botst u dus niet op onaangename verrassingen. Net zoals in Italië zal de notaris een akte opmaken van de verkoop.

Ook in Spanje is het een goed idee om een advocaat in dienst te nemen die het lokale vastgoedmilieu een beetje kent. Hij kan ook het contract doornemen. Vaak is er sprake van een voorafbetaling van 10 procent.

Extra kosten

Zowel in Italië als in Spanje laat u een advocaat maar beter uitvissen of er schulden hangen aan het eigendom. Die worden in beide landen namelijk overgedragen op de koper.

Koopt u vastgoed in Italië, dan rekent u best op 15 procent extra – voor notaris, belastingen, makelaar, taxateur en mogelijk een vertaler. In het land geldt een overdrachtsbelasting van 10 procent bij aankoop en een winstbelasting van 20 procent bij verkoop. Ook betaalt u mogelijk een belasting op onroerend goed, een percentage op de kadasterwaarde. In de praktijk is de wettelijke vrijstelling evenwel groot genoeg: de meeste huiseigenaars moeten niet bijdragen. Wel betalen ze een inkomstenbelasting berekend op de kadasterwaarde en de inkomsten uit verhuur.

Ook in Spanje telt u best 10 à 15 procent voor allerlei extra kosten. Een overdrachtsbelasting van 7 procent betaalt u er enkel als u rechtstreeks van een particulier koopt. Doet u zaken met een makelaar of projectontwikkelaar, dan betaalt u 7 à 16 procent btw. De belasting op onroerend goed hangt af van de gemeente en de kadastrale waarde. Andere belastingen – zoals plusvalia – zijn meestal niet ten laste van de koper, tenzij dat zo afgesproken wordt. De vermogenswinstbelasting hangt af van de waarde van uw eigendom – en het feit of u er al dan niet resideert. Reken wel minstens op 21 procent.

Gemeentebelasting hangt in beide landen van de regio af. Vaak betaalt u apart voor extra services, zoals vuilnisophaling. In Spaanse wooncomplexen is er meestal een toeslag voor gemeenschappelijke kosten – het bedrag hangt wat af van de faciliteiten voorhanden.

Bureaucratie

Hoofdpijn

Kopen in Italië: oneindige kopbrekers.

Helaas is het cliché waar: Italië is een bureaucratische onderwereld. Contracten opstellen, aankopen afronden – het is er vaak een helleweg zonder einde. Het duurt lang om dingen geregeld te krijgen en kost veel energie.

Geduld is een basisvereiste, anders word je gek. En dat is best te vermijden: eens op hun paard zijn Italianen nog lastigere klanten. Nog zo’n typisch Italiaans scenario dat u als koper stekende migraine kan bezorgen: 10 broers en zussen erven een eigendom; 9 ervan willen verkopen, de tiende niet. Mamma mia!

In Spanje verlopen de zaken wat efficiënter en is het gemakkelijker om zaken te doen. Niet dat een woonst kopen in Spanje kinderspel is, zo simpel is het ook niet. Maar het is niet de Mount Everest die het in Italië soms is.

Er was een tijd dat sommige ontwikkelaars niet helemaal zuiver op de graat waren, waardoor projecten niet afraakten of onschuldige mensen uit hun huizen werden gezet. Hoewel u nog altijd moet opletten met wie u in zee gaat, is de Spaanse situatie op dat vlak fel verbeterd. De overheid heeft veel geleerd uit de vastgoedbubbel en bijhorende crisis: de vastgoedwereld is tegenwoordig veel professioneler.

Als buitenlandse eigenaar van vastgoed dient u in Spanje een NIE-nummer aan te vragen, een Numéro Identificacion de Extranjeros. Dat hebt u nodig om uw belastingen te betalen en allerlei andere praktische zaken te regelen.

EINDSTAND: SPANJE – ITALIË 5-2

Conclusie: E Viva España

Laten we wel wezen, het zijn allebei pareltjes van landen. De cultuur en levensstijl van de twee mediterrane schiereilanden verschillen niet zo gek van elkaar. Italië en Spanje houden elkaar min of meer in balans als het gaat om de schoonheid van het land, de vriendelijkheid van het volk en het plezier er te wonen.

Maar: het is een beduidend deugdelijker idee om vastgoed te kopen in Spanje. Eenzelfde onderneming bezorgt u in Italië gegarandeerd veel meer koppijn. Een tweede woonst in Spanje of Italië, het is een wereld van verschil.

Geen wonder dat Spanje zoveel expats telt, en dan vooral de zuiderkusten. Omwille van het heerlijke klimaat, de relatief lage vastgoedprijzen en de hoge levenstandaard zien vele buitenlanders in Spanje de ideale plaats voor een tweede woonst. Of om op pensioen te gaan.

Is Spanje ook voor u een paradijs op aard? Contacteer vrijblijvend Gold Estates en wij zorgen ervoor dat de droom een wonderbaarlijke werkelijkheid wordt.

Vragen? Contacteer ons!