4 getuigenissen van Vlamingen die vorig jaar verhuisden naar Spanje

Share on facebook
Share on twitter
Share on linkedin

U wilt verhuizen naar het zonnige Spanje? U bent lang niet de enige! Wij spraken met vier Vlaamse koppels die de sprong in 2017 waagden.

Vier generaties, van jong naar oud:

Brenda en Roel zijn jonge freelance vertalers en wonen in Alicante

Voor Brenda en Roel (allebei 34) was Spanje altijd een optie. Logisch ook, de twee zijn vertaler-tolk Spaans-Nederlands. “Toen we samen afstudeerden, bleek het voor ons niet simpel om vast werk te vinden. Daarom begonnen we allebei als freelancers”, vertelt Roel. “Toen was die keuze moeilijk – de onzekerheid knaagde – maar nu kussen we onze twee handen.” Brenda legt uit waarom: “In loondienst hadden we de stap naar Spanje waarschijnlijk nooit gezet. Voor ons maakt het niet uit of we nu in België werken, dan wel in Spanje.” En dus woont het koppel nu in een appartement in Alicante.

volgestouwde verhuiswagen

Klaar om te verhuizen of nog een duwtje in de rug nodig?

“Mensen vragen ons weleens of dat financieel wel haalbaar is, in Spanje een woonst kopen”, aldus Roel. “Maar het was net omgekeerd: voor ons was het veel gemakkelijker om hier te kopen dan te bouwen in Vlaanderen. En het leven is hier ook goedkoper. We combineren in feite het beste van twee werelden. Door te werken voor Vlaamse bedrijven kunnen we een loon bijeen scharen op Belgische niveau. Maar we leven wel in een goedkoper land. Een cappuccino kost hier anderhalve euro, een halve liter bier twee euro en een dagschotel maximum 10 euro. Waar vind je dat in België nog?”

Wie niet waagt, heeft eeuwig spijt

“Wij houden van het leven in de stad”, gaat Brenda verder. “Alicante is precies op onze maat. En in de weekends nemen we de tram naar een van de kustdorpjes. Elke keer stoppen we een halte verder. Dan gaan we daar op verkenning – een wandeling op het strand, op het gemakje ergens iets eten of drinken. Elke keer ontdekken we weer iets nieuws.”

“Neem nu Benidorm. Ze zeggen altijd dat die stad voor oude mensen is, maar wij kennen daar een tapasbar in een buitenwijk waar de toeristen niet komen en waar het héérlijk vertoeven is. Bij elk drankje krijg je daar een stukje chorizo, wat olijven of een plakje ham. Gewoon, gratis en voor niets. En dat terwijl je in België serieuze lappen geld moet neertellen om tapa’s te eten. Hier behoort het tot onze wekelijkse gewoontes. Het is zo’n kleine luxe die we ons thuis nooit hadden kunnen permitteren en die ons energie geeft om er door de week weer tegenaan te gaan.”

tapasbar

Klein geluk is… een portie tapas.

Volgens Roel benijden veel van zijn vrienden hem. “Ze zeggen dat ze ook zo moedig zouden willen zijn”, zegt hij, “Maar met moed heeft het weinig te maken. Je moet gewoon de stap zetten, durven springen. Op dat vlak heb ik geluk dat Brenda er net zo over dacht. ’t Is niet dat we de baarmoederstreng met het vaderland doorgeknipt hebben, hè. We hebben altijd gezegd: lukt het ons niet om te aarden in Spanje, voor welke reden dan ook, dan verkopen we onze woonst en keren we terug naar België. Daar verlies je niets mee. Maar waag je het niet, dan heb je misschien eeuwig spijt.”

Veertigers Carine en Frank verdelen hun tijd tussen Antwerpen en San Miguel de Salinas

“Voorlopig hebben we nog te veel banden met België om de definitieve oversteek te maken”, zegt Carine (46), “De bedoeling is wel om te verhuizen. Een termijn willen we daar nog niet op plakken. In tussentijd proberen we hier zoveel mogelijk weekends en vakanties door te brengen.”

Carine en haar man Frank (44) zijn ondernemers van het zuiverste pompwater. In het Antwerpse baatten ze verscheidene horecazaken uit. Dat is ook de richting die ze aan de Costa Blanca uitwillen. “Ik las over een taverne in Benidorm waar uitgeweken Vlamingen bollekes (De Koninck; tp) drinken en de Gazet van Antwerpen lezen”, vertelt Carine, “Toen gingen er bij mij een hele hoop lampjes branden. Want waarom zouden wij ons café in België openhouden als we dat ook in Spanje konden doen? Daar is de regelgeving simpeler en het weer mooier.”

Frieten, mosselen en Belgisch voetbal

“Niet dat we droomden van Benidorm, dat is ons te toeristisch. Vandaar dat we in San Miguel de Salinas neerstreken. We kochten hier een appartement en onderzoeken nu de mogelijkheden om een zaak te openen. Ik zie het al helemaal voor mij: we zullen frieten met mosselen serveren, en Belgisch voetbal tonen op een grote tv.”

Ook manlief Frank is enthousiast. Hij heeft daarvoor nog een extra reden. “Al van jongs af aan sukkel ik met astma”, vertelt hij. “Maar in deze regio heb ik daar een pak minder last van. De lucht is hier zo zuiver en gezond dat ik me bij aankomst telkens een pak beter voel. Dat heeft veel te maken met de deugddoende zeelucht en met de naburige zoutmeren van Torrevieja. Dat is wat anders dan de smog in de stad! Telkens ik in Antwerpen een astma-aanval heb, bedenk ik me: “Zat ik nu maar aan de Costa Blanca.”

roze zoutmeer Torrevieja

Het roze zoutmeer van Torrevieja doet wonderen voor Franks gezondheid.

Christine en Jean-Marie verhuisden van zodra de kinderen uit huis waren en wonen in La Zenia

“We hebben altijd verkondigd dat we naar Spanje zouden verhuizen van zodra onze kinderen op hun eigen benen stonden”, zegt Christine (54). “Dat zeiden we tegen iedereen die wilde luisteren – familie, vrienden, buren. Wat begon als een grapje, werd geleidelijk serieuzer. Maar toen het zover was, drie jaar geleden, begonnen we toch te twijfelen. Gaan we dat echt have en goed achterlaten voor een onzeker leven in de vreemde? We hadden heel ons leven goed gespaard. Een woonst kopen was dus het probleem niet. Wel vroegen we ons af hoe we in Spanje ons brood zouden verdienen.”

Haar man Frank (55) kwam met de oplossing: hij zou z’n consultancybedrijfje voortaan leiden vanuit La Zenia. “Frank was sowieso van plan om geleidelijk af te bouwen”, meent Christine, “Hij heeft heel z’n leven minstens 55 à 60 uur per week gewerkt, en het vat raakte stilaan af. Dus geeft hij de zaak langzaam over aan zijn jongere vennoot. Elke twee maanden keert hij voor twee weken terug naar België. Vanuit La Zenia staat hij in 20 minuten in luchthaven van Murcia. Voor de rest bestiert hij de zaakjes vanuit Spanje. Met internet, Skype, gratis roaming en alle andere technologie voorhanden is dat de dag van vandaag geen probleem. En ik hou me bezig met de administratie.”

Beter liefdesleven

“We leven nu op een veel rustiger ritme. Frank hangt niet meer 24 uur op 24 aan z’n telefoon en is veel meer op z’n gemak. Op een zaterdag eens over de markt wandelen, een namiddag onze agenda blokkeren en samen naar Playa Flamanca trekken, ’s avonds op een terras een glaasje sangria drinken, … Het zijn geneugten die we vroeger niet kenden.” Christine grinnikt. “En laten we zeggen dat ook ons liefdesleven er niet op achteruit is gegaan.”

sangria

Sangria, een van de kleine geneugten die Christine en Jean-Marie voorheen niet kenden.

“Onze drie kinderen merken dat ook. Zij zien ook dat we veel meer tijd en aandacht voor elkaar hebben. ‘Jullie hadden véél eerder moeten verhuizen’, zeggen ze dan. Natuurlijk – ook voor hen is het ideaal: ze hebben altijd een bed aan de Costa Blanca. Minstens een keer per maand staat er wel een van hen voor de deur voor een korte vakantie.”

Josianne en Fred zijn al hun hele leven gebeten door het Spanje-virus en wonen in La Vila Joiosa

“Ik was 21 jaar toen ik voor het eerste de Middellandse Zee zag”, herinnert Fred (73) zich alsof het gisteren was. “Pas op, dat was destijds uitzonderlijk: de meeste Vlamingen hadden het geld niet om zo ver op vakantie te trekken.” Het is liefde op het eerste gezicht. Fred laat zich betoveren door de zon, de goudgele stranden, het vriendelijke volk en de wuivende palmbomen. Sindsdien keert hij er zo vaak als hij het zich kan permitteren terug – eerst alleen, maar eens getrouwd altijd in het gezelschap van zijn vrouw Josianne (66). En sinds een jaar woont hij met haar in La Vila Joiosa.

“Ik heb me in Vlaanderen nooit honderd procent thuis gevoeld”, zegt hij, “Ik heb een warmbloedig karakter. Zo’n typische Vlaamse grijze muis ben ik nooit geweest. Ik hou van grote gebaren en van lawaai, van gezellige drukte, van leven. Zelfs mijn collega’s bij De Post noemden me steevast ‘de Spanjaard’.” Naar eigen zeggen heeft Fred alle Spaanse Costa’s persoonlijk getest, maar de Costa Blanca staat met stip op nummer één. “Dat is van het begin zo. Ik kwam hier aan en wist: ik ben thuis. Hier had ik geboren moeten worden.”

Een dag geen zon, een dag niet geleefd

“Ik hou van de warmte van de mensen. Intussen spreek ik vrij vloeiend Spaans, maar eigenlijk maakt dat niet uit. In het begin moest ik me behelpen met van dat Jommekes-Spaans – je weet wel: -os dit en -os dat – en zelfs toen aanvaardde de lokale bevolking me als een van hen. Dan zaten we daar koffie te drinken en te communiceren in een soort gebarentaal.”

“Josianne en ik zijn nu lid van de gepensioneerden in La Vila Joiosa, met verder enkel Spanjaarden. Wel, die mensen hebben ons vanaf de eerste minuut verwelkomd als oude vrienden, alsof we elkander al duizend jaar kennen. Met hen doen we elke week een activiteit. Dan trekken we eropuit met de elektrische fiets, spelen we petanque of komen we gewoon samen voor een gezellige koffieklets. Een paar maanden geleden heb ik zelfs voor het eerst in m’n leven gevaren met zo’n kajak. Plezant, zeg – dat doe ik zeker nog! Zo zie je maar, je bent nooit te oud om iets nieuws te ontdekken.”

Nooit te oud voor iets nieuws: Fred leerde in Spanje op gezegende leeftijd kajakken.

Terugkeren doen Fred en Josianne niet meer. “Zot!” veegt Fred de suggestie van tafel. “Er is niets dat ik mis aan België. Of het zouden mijn kleinkinderen moeten zijn. Maar die komen gelukkig geregeld op bezoek. Weet je, Josianne en ik, wij zijn zonnekloppers. Een dag niet in de zon gezeten staat voor ons gelijk aan een dag niet geleefd. We kunnen dus nergens beter zitten. Ik heb er verdorie hard genoeg voor gewerkt. Nee, in België zien ze mij niet meer.”

Vragen? Contacteer ons!