Hoe de Spaanse zuidkust een toeristenparadijs werd: de geschiedenis van de Costa Blanca

Share on facebook
Share on twitter
Share on linkedin

Genoeg wolkenkrabbers om de concurrentie aan te gaan met Manhattan, een nachtleven dat nooit of te nimmer slaapt – en zelfs zelden een siësta houdt – en stranden die ‘s zomers veel weghebben van legbatterijen… Benidorm is zonder twijfel een van drukste Spaanse badsteden, een baken van massatoerisme aan de hemelse Costa Blanca.

Het was niet altijd zo. In de jaren 50 is Benidorm een gezapig kustdorpje, waar enkele duizenden zielen (over)leven bij gratie van de Middellandse Zee. De visvangst is veruit de belangrijkste economische activiteit. Het strand is ook dan al van een waarachtige schoonheid, het azuurblauwe water helder als kristal en de gastvrije lokale bevolking ontvangt iedere verdwaalde toerist als een lang verloren gewaande vriend.

Alleen: er zijn geen toeristen in de jaren 50. Er zijn geen disco’s, bars of restaurants, geen Sticky Vicky of Benidorm Bastards in elektrische rolstoelen, geen Britse kreeften in zwemshorts die net iets te veel cerveza en Jägerbommen in hun ketel hebben gegoten. Enkel een vishaven en een cantina waar je voor weinig geld een paar scheppen paella kan krijgen.

Een local die in het Benidorm van de jaren 50 in een coma sukkelt en nu ontwaakt, die kan nooit vermoeden dat dit dezelfde stad is. Maar hoe is Benidorm – en de hele Costa Blanca in z’n kielzog – op driekwart eeuw uitgegroeid tot de vakantiehoofdstad van Europa?

Het korte antwoord: dankzij een visionaire Spanjaard met een snorretje en een broek vol motorolie en een autoverkoper uit Oostende. Voor het lange antwoord dient u even verder te lezen.

Geen nagel om aan hun culos te krabben

Anno 2018 lijkt het alsof de Costa Blanca voorbestemd was om toeristen te verleiden. Lekker eten, 320 dagen per jaar zonneschijn, amper regen: u moet al een kniesoor zijn om hier niet graag te toeven.

Maar wanneer ene Pedro Zaragoza in 1950 de burgemeesterssjerp van Benidorm om z’n lenden hangt, is de realiteit helemaal anders. Spanje komt nog langzaam op adem van de Burgeroorlog die het volk verscheurde, onmiddellijk gevolgd door de Tweede Wereldoorlog. Met andere woorden: het land ligt op apegapen, de economische kansen zijn schaars, de mensen arm.

Dat moet u Zaragoza niet vertellen. Als geboren en getogen inwoner van Benidorm komt hij uit een familie van zeevaarders die amper een nagel hebben om aan hun culos te krabben. Benidorm telt op dat moment slechts 102 hotelkamers, maar Zaragoza is geen uil: hij ziet dat hij leeft in het paradijs op aarde. Hij wil het vissersdorp omtoveren in een toeristenparadijs.

Benidorm vóór de boom: ingeslapen vissersdorp

Eerste bikini’s van Spanje

Zaragoza reist heel Europa rond om z’n stad te promoten. In Stockholm laat hij amandeltakken met bloesems achter in winkelcentra, hij verzendt Valenciaanse wijn naar de Koningin Elizabeth van Engeland en plant appelsienbomen ter ere van Charles de Gaulle. De oogst ervan stuurt hij naar hem op. Zo zet hij Benidorm op de kaart. Maar er is meer nodig voor dominantie.

In diezelfde tijdsperiode gaan Franse meisjes – qua mores immer voor op de rest van Europa – zwemkledij uit twee stukken dragen. De niemendalletjes krijgen de naam bikini, naar de atol in de Stille Oceaan waar de Verenigde Staten hun atoombommen testen. Zaragoza bemerkt de trend en introduceert ‘m aan de Costa Blanca. Benidorm is de eerste plaats in het preutse Spanje waar dames niet dienen te baden in een alles verhullend bommabadpak.

De perversie! Morele verontwaardiging is zijn deel. De goegemeente staat op z’n achterste poten om zoveel provocatie en schandaal. De katholieke aartsbisschoppen willen Zaragoza excommuniceren. Maar de man krijgt exact wat hij wilt: Benidorm in het centrum van de aandacht en in de voorhoede van de revolutie.

Dankzij Pedro Zaragoza waren de inwoners van Benidorm de eersten om dit te zien te krijgen.

Met de boete van 40.000 peseta’s is hij minder gelukkig. Zaragoza klimt op z’n Vespa en stapt er pas negen uur later, en 400 kilometer verder, weer af. Netjes voor de deur van generaal Francisco Franco in Madrid. Daar klaagt hij niet enkel over de weinig liberale dresscode voor het strand.

Hij bepleit ook dat Spanje er baat bij zou hebben om de deuren open te zwaaien voor toeristen. Met succes. “Franco was geamuseerd door het kleine, ronde mannetje met een snor en motorolie op z’n broek”, zo schreef The Economist over de historische ontmoeting. “De dictator was plotsklaps fan.”

BeniYork

En dus krijgt Zaragoza in Benidorm vrije baan om z’n visie te realiseren. Hij tekent een plan uit om de stad te ontwikkelen – niet in de hoogte maar in de breedte. De torenhoge bebouwing moet meer bezoekers toelaten om vanuit hun kamer de stranden te bewonderen en vanop hun balkon de gezonde zeelucht inademen.

Het is het startschot van Benidorm als ‘verticale’ stad. In de jaren 60 gaan er meer dan vijftig nieuwe hotels open, in het daaropvolgende decennium nog eens dertig. Waar er in de late jaren 50 3000 mensen wonen in Benidorm, zijn dat er in 1970 al 12.000, voornamelijk werkers die de stromen toeristen op hun wenken komen bedienen.

Benidorm door de jaren heen: van vissersdorp naar toeristenparadijs.

Daar worden de fundamenten gelegd voor het ‘BeniYork’ zoals u het kent. Geplande straten en wijde boulevards gelijklopend met de stranden doen de rest. Benidorm wordt het Manhattan van de Middellandse Zee.

En dat trekt volk, véél volk.

Want de visionair Zaragoza bouwt geen kasteel op wolken. Hij heeft ook de toerismeboom perfect voorspeld. De middenklasse van Noordwest-Europa groeit in de gouden jaren 60 razendsnel. Het concept vakantie verandert. Het mag voortaan net iets meer zijn dan een weekendje Bredene.

bredene

Pas op, niets tegen Bredene.

Tegelijkertijd maken de eerste touroperators hun opwachting. Die tronen de toeristen in horden naar de Costa Blanca. Benidorm groeit uit tot het klassieke voorbeeld van zon-zee-en-strandtoerisme.

De Man Die Z’n Volk Benidorm Leerde Kennen

Een van die eerste toeristen is Gerard Brackx, een echte middenstander uit Oostende.

Als autoverkoper in de firma van z’n schoonvader merkt hij dat sommige autobussen een hele winter op stal blijven. Brackx is een volbloed ondernemer en onder z’n hersenpan beginnen de radertjes te draaien. Kunnen we die bussen, zo vraagt hij zich af, niet op een of andere manier laten renderen? En dus organiseert hij al snel trips naar Tirol, Nice en Lourdes. Wanneer hij voor het eerst Benidorm ziet, in 1964, beseft hij meteen: dit is een goudmijn.

Brackx heeft intussen Jetair opgericht en maakt naam en faam als reisorganisator. Hij toont tienduizenden Belgen de weg naar de Costa Blanca. Eerst herbergt hij hen in kleine, plaatselijke hotels, maar dat blijft behelpen. Daarom bouwt hij in 1970 Hotel Belroy, sindsdien voor alle Belgen een thuis weg van thuis, waar Jupiler uit de tapkraan stroomt en de frieten net zo krokant gebakken worden als in de frituur onder de Vlaamse kerktoren.

Zonder Brackx zou Benidorm bij de Belgische bevolking nooit zo’n mythische status bereikt hebben. Daarom wordt de man, die in 2011 op 80-jarige leeftijd overleed in Oostende, bij ons nog altijd aanzien als de ‘ontdekker’ van Benidorm. Tegenwoordig wonen er zo’n 8000 Belgen permanent in het voormalige vissersdorp, 250.000 andere gaan er jaarlijks op vakantie.

Dromen van zon, zee en strand

En zij zijn lang niet de enige. In 2012 verwelkomt Benidorm twee miljoen bezoekers, goed voor elf miljoen overnachtingen. Zaragoza’s visioen van Benidorm als verticale stad is helemaal verwezenlijkt. Met 330 wolkenkrabbers kent geen enkele plaats op aarde een hogere dichtheid per inwoners. Enkel Manhattan telt meer wolkenkrabbers per vierkante meter.

benidorm

Benidorm anno 2018: Manhattan aan de Middellandse Zee

En al die toeristen, die blijven niet enkel in Benidorm plakken. Ze ontdekken de regio er rond – de stranden richting Alicante en richting Calpe, maar ook het rijke binnenland. Het goudgele zand, de blauwe hemels en de aangenaam warme zee hebben een immense aantrekkingskracht op mensen uit klimatologisch minder gefortuneerde contreien van Europa. Het maakt van Costa Blanca een van ‘s werelds topbestemmingen voor iedereen die droomt van zon, zee en strand.

En geen bisschop die nog wakker ligt van een bikinibroekje dat weinig om het lijf heeft. Gelukkig maar.