De 6 leukste plekjes aan de Costa Blanca, gekozen door locals

Share on facebook
Share on twitter
Share on linkedin

Toegegeven, er zijn plaatsen aan de Costa Blanca waar Engels en Duits eerder de voertaal is dan Spaans. De witte stranden verleiden zoveel toeristen dat het soms drummen is.

Uiteraard kent u Benidorm, het voormalige vissersdorpje dat nu de grootste concentratie wolkenkrabbers per vierkante meter buiten New York herbergt. Om daar tijdens het hoogseizoen een halve vierkante meter op het strand te bemachtigen, moet u zich beroepen op ellenbogenwerk waarop Marcin Wasilewski trots zou zijn.

Maar ook al is de Costa Blanca een van de meest toeristische plaatsen op aarde, toch moet deze Spaanse kuststrook niet synoniem staan met het hierboven beschreven scenario. Er zijn ook plekjes waar u niet om de vijf botten omvergereden wordt door een bomma in een elektrische rolstoel. Of waar u niet om moet oppassen om over een van het paadje gezopen Brit te struikelen.

Jawel, ook aan de Costa Blanca kan u weglopen van de kuddes en uw eigen rustig plaatsje vinden. Wij polsten bij de lokale bevolking naar hun favoriete plekjes aan de Costa Blanca. Dit is het resultaat.

1. Jávea

Het is geen wonder dat kunstenaars massaal verliefd werden en worden op deze badplaats nabij Calpe. De kleur van het water is er van een nog mooier blauw dan elders aan de Costa Blanca! Vooral Playa de la Granadella, een hoefijzerbaai omgeven door pijnboombossen, bekoort iedereen. Dit strand wordt vaak genoemd als mooiste van Spanje. Hier vleien heel wat locals zich gaarne neer op een handdoek – waardoor het best wel druk kan worden.

javea la playa Granadella

Anders dan in Benidorm zijn er geen grote wolkenkrabbers die de kustlijn van Jávea (of Xàbia in het Valenciaans). Meer zelfs, hoge gebouwen zijn hier verboden. Verdwaal in de nauwe steegjes met oude huizen van zandsteen, gebouwd op een helling rondom de 15de-eeuwse gotische fortkerk San Bartolome. Of zet u op een terras in Pueblo, de oude stad met z’n witte huizen, vanwaar u kan kijken hoe de vissers hun vangst binnenbrengen.

In Jávea kan u uitstekend eten, bijvoorbeeld in BonAmb, het restaurant van de jongste Spaanse kok met een Michelin-ster. Niet dat het altijd veel geld moest kosten: de restaurants en het nachtleven van Jávea zijn van hoog niveau. Wanneer u met een cocktail of een cerveza in de knuisten naar de appelsienen zonsondergang kijkt, zal u snel beseffen waarom Jávea de bijnaam ‘parel van de Costa Blanca’ kreeg.

2. Santa Pola

Dit is een klein kustdorp, op maat gesneden van vakantiegangers die de grote resorts wat te druk vinden. Het heeft alles wat u nodig hebt: mooie stranden, een oergezellig stadscentrum en oude visserswijken waar de tijd traag tikt. De wachttorens uit de 16e eeuw – van waaruit piraten en ander schorremorrie in de gaten gehouden werd – zullen tot de verbeelding spreken van elk beetje geschiedenisfreak. Om nog maar te zwijgen van het Castillo Fortaleza – een heus kasteel – en de ruïnes van de oude Romeinse stad.

santa pola

Het ankerpunt van de stad – letterlijk en figuurlijk – is de jacht- en klassieke vissershaven. Van hieruit vertrekken in beide richtingen ellenlange wandelboulevards, waar het tijdens eender welk seizoen heerlijk flaneren is. Op de terrasjes langs de boulevard is het goed toeven met een krant en een tasje koffie en de vele restaurants serveren heerlijke visgerechten voor weinig geld. Dat hier ook veel lokale Spanjaarden komen eten, is de beste indicatie van de kwaliteit. En dat u eerder die dag met eigen ogen hebt vastgesteld hoe de vangst in de haven arriveerde, wijst op versheid.

De locatie van Santa Pola is uitstekend voor dagtrips naar Alicante, de zoutmeren van Torrevieja of Tabarca, het kleinste bewoonde eilandje van Spanje. Daar kan u soms dolfijnen spotten. Wandelaars, fietsers, vogelaars, golfers, surfers: allemaal komen ze prima aan hun trekken in en rond Santa Pola.

3. Altea

Deze oude stad ligt op een steenworp van Benidorm, maar het is een andere wereld. Dit is veruit een van de charmantste dorpjes van de Costa Blanca – een doolhof aan kleine kasseistegen waar u achter menig hoek glimpen van de baai kan opvangen. Wandel in de wijk Altea la Vella (het oude Altea) tussen de kapelletjes en de cipressen en schroom u niet om een local aan te spreken – de mensen van Altea staan bekend om hun vriendelijkheid. Het havengebied heeft nog altijd de uitstraling van de oude Spaanse vissersdorpen.

altea altea

Net als Jávea trekt Altea veel kunstzinnige types aan. De manier waarop het licht invalt, de historische gebouwen, de oude stad gebouwd tegen een berg: voor beeldhouwers en schilders was het een eitje om hier de muze tegen het lijf te lopen. Ook nu nog hebben velen er een atelier. Schrijvers, dichters en zangers komen eveneens met plezier naar Altea.

Al kunnen ook mensen zonder de minste artistieke vezel in hun lichaam genieten van Altea. Goed eten, zeilen of gewoon relaxen – het behoort allemaal tot de mogelijkheden. Altea ligt langs de drukke route van Benidorm naar Calpe, maar de acht kilometer stranden zijn meestal niet heel druk. Het zijn namelijk geen zandstranden, wel exemplaren met kleine steentjes.

4. Jálonvallei

Om het ‘echte’ Spanje te ontdekken, moet u naar het binnenland. De majestueuze bergen in, door boomgaarden van citroenen, appelsienen en amandelen. Weg van de droge landschappen, welkom in de slaperige dorpjes van de Jálonvallei.

amandelbomen Jalonvallei

Amandelbomen in bloei in de Jalonvallei

Het zijn kleine dorpjes met een plein, een kerktoren en een tapasbar. Waar de tijd stilstaat, waar de siësta heiliger is dan het evangelie en waar de lokale gewoontes nog niet geweken zijn voor die van de expats. In dit soort dorpjes spelen oudjes met platte petten domino op straat, hangen vrouwen de was te drogen op hun balkons en loopt de lokale jeugd achter een voetbal aan. De klokken van de kerk zorgen er voor de enige verstoring van de rust.

De Jálonvallei is bekend om de wijnbouw. De grote trots is hier de muskaatdruif. De Muscatel-wijn die de inwoners ervan maken, smaakt heerlijk bij regionale gerechten als sardienen of gevulde tomaten. Stop zeker in het middeleeuwse dorpje Benissa, gelegen langs de kronkelige kustweg tussen Valencia en Alicante.

5. Dénia

Ook hier geen wolkenkrabbers, wel een 18e-eeuws honingkleurig fort genaamd Castillo de Dénia. De geschiedenis van dit pareltje is rijk – van de Romeinen over de Moren tot nu. Dat verleden heeft heel wat ruïnes achtergelaten in Dénia. Al merken zonnekloppers daar natuurlijk weinig van: die zijn te druk bezig met hun verkenning van de 30 kilometer Blauwe Vlag-stranden ten noorden van deze stad aan de Costa Blanca. Ten zuiden zijn er vooral rotsachtige inhammen, waar het lekker snorkelen is.

jachthaven Dénia

De jachthaven van Dénia.

Spaanse foodies komen van heinde en verre naar Dénia. Met name voor meer dan 300 restaurants van topklasse, die vooral gespecialiseerd zijn in rijstgerechten en de heerlijke lokale garnalen. In de restaurants vloeien de cocktails rijkelijk. Geen wonder: nergens worden er in Spanje meer fiesta’s gevierd dan hier. En de reputatie van de Spaanse feestneuzen indachtig betekent dat heel wat.

Het grootste feest vieren de locals van 22 tot 24 juni, de Hogueras de San Juan. Met honderden levensgrote poppen van papier-maché zetten ze politici en bekendheden te kakken. Vergelijk het gerust met het carnaval in Aalst. Op het einde steken de Spanjaarden de beelden in brand. Waarop een groot feest volgt, merkwaardig genoeg zonder al te veel zatlapperij. Lang is het niet wachten op een nieuw feest: in juli is het weer prijs. Een stierenloop eindigt op het strand, waar de lopers  zich in de zee gooien.

6. Villajoyosa

Volgens de ene betekent Villajoyosa (La Vila Joiosa in het Valenciaans) de ‘vrolijke’ of ‘vreugdevolle’ stad. De andere meent dat de stad ‘met juwelen bezet’ is. Wij denken er het onze van. Waarom zou het een het ander moeten uitsluiten? Feit is dat Villajoyosa een van de meest beeldige plekjes is van de Costa Blanca.

Hier zijn het de gekleurde vissershuizen die de aandacht trekken en voor een sprookjessfeer zorgen. Het verhaal erachter maakt het nog leuker: de vissers verfden hun huis in een felle kleur zodat ze eenvoudig konden zien waarnaartoe ze dienden te varen. De nauwe steegjes en de trappenpartijen maken het plaatje helemaal af.

vissershuizen Villajoyosa

“Tiens, waar woonde ik ook alweer?”

Locals komen hier graag omdat de stranden relatief rustig zijn, zeker in vergelijking met sommige andere aan de Costa Blanca. Of ze komen er snoepen van de ‘chocolate con churros’, een soort Spaanse donut die gedipt is in chocoladesaus. Villajoyosa is befaamd om z’n chocolade-industrie – in het verleden waren hier maar liefst 20 fabrieken. Kortom: als Belg voelt u zich in een wip thuis in dit juweeltje van een stad.

In Villajoyosa wonen? Misschien is een stek in de Blue Line Residence iets voor u, 65 topappartementen met uitzicht op de Middellandse Zee. Een andere voorkeur? Neem vrijblijvend contact op en Gold Estates denkt graag met u mee.

Vragen? Contacteer ons!